Triviantkoning

Wie is er niet groot mee geworden

Mijn broer Bob lust geen pindakaas. Mijn vader ook niet trouwens. Terwijl broer Jochem er zo gek op was dat het door hem op peuterleeftijd bedachte woord ‘kna’ tot op heden is blijven hangen. Zo ontsond er een heus schisma in huize Krusemeijer over die goeie ouwe pot pindakaas. Liefst van Calvé, want andere blijft zo aan je gehemelte of kunstgebit plakken.

Bij zowel vader als broer ligt een overdosis aan de basis van de aversie. Als kleine prul heb mijn jongere broertje iets te vaak een boterham met pindakaas gevoerd. Zonder korstjes dat wel. De hoeveelheid die mijn vader binnen heeft gekregen varieert per anekdote. Het gemiddelde ligt ergens tussen de één en drie potten pindakaas. Op 1 dag wel te verstaan.

Dr. Kellogg
Wel een raar woord: pindakaas. Ik heb het etiket wel eens bestudeerd, maar er is geen grammetje Edammer of Old Amsterdam te bespeuren. Zelfs geen tenenkaas. Pindakaas is een Amerikaans bedenksel. Dr. John Harvey Kellogg (ja, die van de muesli) kwam eind 19e eeuw met het goedje op de proppen. In die tijd leverden de voorlopers van Jimmy Carter veel te veel pinda’s. En pindakaas was een bijproduct van pindaolie. Men moest er toch wat mee, en nog lekker goedkoop ook. Kellog, een fundamentalistische vegetariër zag wel brood (pun intendet) in dit bijproduct als gezonde aanvulling op een vleesloos dieet. De patiënten in zijn toch al aparte sanatorium kregen deze peanutbutter als eersten geserveerd.

Magnie!
Kort na de Tweede Wereldoorlog stak peanutbutter voor het eerst de oceaan over. Nederlanders zijn echter verzot op regeltjes. De titel boter was exclusief voorbehouden aan roomboter. Daarom heten andere soorten boter ook margarine. Na een streng magnie! werd uiteindelijk gekozen voor de toevoeging ‘kaas’, naar het voorbeeld van leverkaas. Hier zit ook geen kaas in. Ook relatief weinig vlees trouwens als je het etiket eens leest… Lezers in het zuiden van het land zullen ook wel eens hoofdkaas hebben gegeten. Zit een hoop in, maar nul komma nul kaas. En dan vinden wij het gek dat ze ons over de grens kaaskoppen noemen *zucht*.

Lekker mee naar de camping
Pindakaas is in die korte tijd enorm populair geworden in Nederland, terwijl het merendeel van de wereld het spul niet te nassen vindt. Kijk maar naar uitdrukkingen als ‘helaas pindakaas’. Of een staaltje hoogstaande kunst. We kennen zelfs een pindakaasmoord… Berucht is ook de pot pindakaas die Nederlanders steevast meenemen naar de camping in zuid-Europa. Twaalf procent van de Nederlanders doet dit, bizar! En ongeveer 2 procent van de Nederlanders eet elke dag pindakaas op zijn bammetjes. Ons pa lopen de rillingen al over de rug bij de gedachte.

Geef een reactie