Uncategorized

Zondagskind

Zondagochtend, half negen. Wendy is aan het werk. En het eerste spitsuur in huize Krusemeijer is alweer voorbij. Een goed uur hoestdrank uitdelen, slijm opvangen, diarreebroeken verschonen en antibiotica toedienen. De hoogste tijd voor wat frisse lucht.

 

Het heerlijke van deze tijd is dat heel Nederland nog lijkt te slapen. Het is zelfs te vroeg om een hondenbezitter op straat te spotten. We horen de vogels druk kwinkelieren. De wind prikt zachtjes tegen onze wangen. Het is volgens de narcissen en merels dan al wel lente; het voelt toch nog een beetje fris. De laatste slierten nevel plakken tussen boomtakken en grassprieten.

Ik zie ik zie wat jij wel ziet
Noah brabbelt honderduit. Ik kan hem niet verstaan met zijn tut in. Eigenlijk had ik die weg moeten leggen, maar ja.. Hij heeft erg last van doorkomende kiezen. Laat het maar even zo. Mara kijkt me ernstig aan. Plots draaien haar ogen. Er vliegt een kraai over. Ka! Ka! Krijst het beest. En in een flits zie ik het wonder wat Mara ziet. Een doodgewone kraai. Wat mooi! Zelfs het gekoer van de duiven in de berken naast ons stoort me nu niet meer. Wat is het heerlijk buiten. Ik voel me weer een zondagskind.

Slootje glijden
We gaan voort. Soms hoor je alleen het ruisen van de bandjes van de kinderwagen. De kindjes hobbelen mee bij elke oneffenheid in het pad. Noah en ik bewonderen de smienten, eenden en futen die door de slootjes glijden. Langzaam beginnen Mara’s ogen dicht te vallen. Ze heeft genoeg moois gezin voor één ritje. Tijd om naar huis te gaan.

Slaap wel, kleine meid

Een gedachte over “Zondagskind

  1. Samen met je kinderen buiten wandelen laat je zelf ook weer kijken met de ogen van een kind. alsof je alles voor de eerste keer bekijkt, met verwondering en alle aandacht gericht op al dat moois.

Geef een reactie